Soberrijk

Een compacte half-open BEN-woning in een stedelijke omgeving, waarbij wordt ingezet op very-low-budget, very-low-energy, but very-high-effort.

Gent, 2018 - lopende, particuliere klant



Op het vel papier dat de tekening moet worden staat de tuin er al op.

Hoge grassen, twee struiken en een eik. Ergens in de jaren ’70 moet hier een rij bouwvallige arbeidershuisjes gesloopt zijn. Er bleef niets van over en er werd ook niets in de plaats gezet. Het huidig groen lijkt eerder per ongeluk ontstaan te zijn. Een accidenteel groenperk door de afwezigheid van gebouwen, niet aangelegd, niet functioneel. Recent besloot de stad om het perk dan toch maar opnieuw op te delen in kavels, en zo het bouwblok opnieuw te vervolledigen. Een zeldzaam lapje bouwgrond kwam vrij in de Muide, bij de ring van Gent. Er staan drie stevige metselwerk steunberen tegen de muur van de buur. Die worden gesloopt en het nieuwe huis komt er in de plaats. Er mag zes meter breed gebouwd worden, op het gelijkvloers tien meter diep, op de verdiepingen maar zes meter diep. Het wordt een zeer compact huis zoals de vroegere arbeidershuisjes hier dat ongetwijfeld ook waren. Naast het huis een verplicht stuk tuin, de struiken worden bij-gesnoeid, de boom mag blijven.

Naast de tuin wordt er nu een huisje getekend.

Er is weinig geld maar veel ambitie. De woning wordt een very-low-budget, very-low-energy, but very-high-effort huis dat het maximale haalt uit de weinige middelen die er zijn. Een sobere vormgeving dringt zich op, enkele strategische ingrepen brengen ruimtelijke luxe in het verder compacte huis. Het dak van de keuken plooit omhoog langsheen een schuine balk om zo een persoonshoge verbinding tussen keuken beneden en leefruimte boven te maken. Zo begroet men vanop de mezzanine de mensen die thuiskomen, en verwelkomt men vanuit de keuken de zuiderzon die in de tussenseizoenen tot achteraan het perceel binnenvalt, doorheen het grote zitraam aan de voorgevel, doorheen de persoonshoge opening. Het dak van het hoofdvolume wordt voorzien van twee puntgevels, één vooraan en één opzij. In de hoek tussen de twee wordt er volume weggesneden, een inpandig terrasje dat licht en zicht biedt vanuit de bovenste bureauverdieping.

Het huis toont zich vanbinnen en vanbuiten eenvoudig. Zichtbare houten balken in de keuken, zichtbare betonnen predallen op de andere verdiepingen, zichtbare isolerende stenen van 50cm dik vormen de massieve buitenmuren. De toekomstige bewoners houden van mooie oude dingen. Net zoals veel van hun eigen jassen en spullen wordt er gezocht naar recuperatiespullen voor het huis. Stenen van de afgebroken steunberen worden gebruikt voor de plint van het huis en ‘overstock’ metalen golfplaten voor alles erboven. Deuren uit een Brusselse bank, handgeschilderde tegels van een kunstenares, een roze spoelbak uit een fabriek: sanitaire toestellen en meubels geven kleur aan de sobere architectuur.

De tuin was er al eerder, en het huis is er nu ook. Als in een kindertekening staat het huis met zijn puntige dak, ad hoc ramen en rode baksteen naast een grote groene boom. Er roept iemand van op het terras naar de tuin of de barbecue al warm is. De kolen zijn nog niet wit. De zon draait zich stilaan richting de avond. De gevel trilt in het lage warme licht en lijkt zo een verstilde zee.

Partners:
Kurt Laeremans (stabiliteit)
2B-Safe (EPB, ventilatieverslaggeving en VC)

Uitvoerders:
Nico Braekman (ruwbouw)

voorgevel