Vlecht aan de kaai

Compacte, stedelijke driegezinswoning in houtskeletbouw


Een lappendeken boort de stroom af. Het stedelijk oevergewas aan de kaai bestaat uit charmante rijwoningen, appartementsgebouwen, een opzichtig kantoorgebouw en een blinde loods. Ergens daartussen staat een oud handelspand te verkommeren. Vergane glorie die vraagt om nieuwe glorie. De studie vraagt om drie wooneenheden, allen grondgebonden, met een voordeur aan de straat dus. Een driewieler die evenwichtig op drie punten de grond raakt. Drie wielen die los van elkaar kunnen werken en toch samenhoren; drie woningen in en op elkaar. Het derde wiel moet bovendien nog wat extra kunnen manouevreren. Eén unit moet immers ook dienst kunnen doen als workshop ruimte, pop-up shop, evenementenruimte, galerij; een bijzondere relatie met de straat die meer vraagt dan zomaar een voordeur. Compactheid is heel belangrijk en liefst wordt alles uitgevoerd in houtskeletbouw. En alle drie aan de straat? Dat wordt drummen toch? Of vlechten eerder? Drie strengen stevig in elkaar vanop de kaai.

Complexiteit introduceert het simpele, of was het nu weer omgekeerd? Drie woning naast elkaar? Daar is het perceel te slank voor. De woningen louter stapelen lijkt ook niet alle vragen te antwoorden. Het wordt een driedimensionale puzzel, rubikscubewaardig. Een hybride vorm tussen rijwoningen en appartementen. Ruimtes grijpen in grondplan op elkaar in. Binnen de contouren van wat bijna een kubusvorm is schuift de inhoud door elkaar. Ruimtes nemen soms de volledige breedte van het perceel in, een luxueuze negen meter. Soms maken ze zich heel klein, om plaats te maken voor andere zaken.

Een grid brengt orde en dan ook weer niet. Een constructief raster in drie dimensies dat wordt ingevuld door houtskeletbouwsystemen: vloeren, wanden, daken. In het donkere centrum vormt een in zichzelf-gewentelde trap het klokkenhuis. Van boven tot beneden, met een steeltje erop om het dakterras te bereiken. Op het gelijkvloers is er een buitenkamer met drie voordeuren. In de plint van het gebouw zijn er kamerhoge glazen deuren die openstaan naar het water toe, naar de straat, naar het volk. Een opstap in de boordsteen. Een ballon ontsnapt. In de galerijruimte voorbij de ramen; een trap naar een compact slaapverdiep met een speelplek in het midden. Niet struikelen over de blokken. Daarboven nog meer slapen, maar ook ontspannen. Een tweede leefruimte, weg van het feest beneden. Een tweede voordeur biedt toegang tot een tuinkamer. De trap op en de leefruimtes spannen zich op tussen de grenzen. Doorzon. Daarboven een slaapverdieping, functioneel compact. Nog een voordeur, de derde: de fiets onder de trap, bovenaan ergens daglicht, de trap op. Een penthouse neemt de volledige footprint in. De kamerhoge ramen staan ook hier open. Een luifel biedt bescherming, tegen de regen en tegen de zon. Het linteel boven de ramen is eigenlijk ook een luifel. Het raam is eigenlijk ook een bestemming. Het gebouw is eigenlijk zowel rijwoning als appartement. De gevel is eigenlijk ook een raster, net zoals het plan. Hij gedraagt zich kalm, ondanks het woelen binnenin. Alweer een grid. Alweer met uitzonderingen, afwijkingen. Het grid en de afwijkingen horen samen, lijnen trekken om er buiten te kleuren.

Compacte driegezinswoning in houtskeletbouw

Gent

voorgevel - dag  

voorgevel - nacht  

geveldetail  

dwarsdoorsnede  

langsdoorsnede  

gelijkvloers  

niveau +1  

niveau +2  

niveau +3  

dakterras  

schema van wooneenheden