Halve Maan

Wedstrijdontwerp voor het toegankelijk maken van de Halve Maan bunkersite in Oostende als recreatief uitkijkpunt.

Oostende, 2018, Stad Oostende, i.s.m Origin Architecture and Engineering en Buro Voor Vrije Ruimte



De Halve Maan site biedt zich vandaag aan als een rijk en complex palimpsest van meer dan honderd jaar militaire geschiedenis. Het schijnbaar wild ogend duinenlandschap betreft in realiteit een artificiële ophoging waarop nog artefacten aan te treffen zijn van bijna elke significante halte uit haar ontstaansgeschiedenis: 19e eeuwse munitiedepots, bunkers uit de eerste wereldoorlog, geschutskoepels uit de tweede wereldoorlog, sein-infrastructuur uit de Koude Oorlog. In de periode van leegstand vanaf de jaren ‘90 tot op heden werd de site deels ontmanteld en op sommige plekken letterlijk dicht-gemetst en begraven. Op heden ligt de site er verkommerd bij en vinden er onwettige betreding en vandalisme plaats. Deze situatie heeft er anderzijds voor gezorgd dat de kwetsbare duinflora en -fauna er ongestoord konden ontwikkelen en er vandaag hand in hand leven met de betonnen massieven.

Men wenst de poort terug open te zetten, niet voor militairen deze keer, maar voor de geïnteresseerde. Twee bunkers blijken geschikt om grote panorama-punten te vormen, gericht op de site zelf, de zee en de stad Oostende. Mits vele randvoorwaarden in acht te houden, moet worden nagedacht over de toegankelijkheid van een site waar zowel de gebouwen als de natuur beschermd zijn. Het team is van mening dat de site geen nood heeft aan zware ingrijpende gebaren om tot haar recht te kunnen komen, en stelt dan ook voor om met strategische gekozen, minimale en compacte ingrepen een maximum aan effect te genereren.

De asfaltweg, die het verhaal van de circulatie op de site vertelt, is reeds een eerste interes¬sant herrineringselement in het landschap. Aangezien de weg een historische waarde heeft, de weg tevens de site logisch ontsluit én het asfalt globaal in aanvaardbare staat is stelt het team voor deze te bewaren en eventueel plaatselijk te herstellen of aan te vullen waar nodig. Het pad wordt met de lage variant van een L-vormig element op selectieve locaties plaatselijk afge¬boord. Niet te hoog, maar hoog genoeg om een grens te suggereren. Dieren worden er niet door gehinderd. Tussen de boordplaten zitten er kleine voegen, het zand blaast er wat door en de grassen ook, de grens wordt wat zachter.

Onderweg naar de bunkers worden er twee rustpunten gedefinieerd. Het zijn plaatsen van even zitten en kijken, plaatsen waar groepen of klassen zich rond een gids kunnen verzamelen, waar er iets kan worden gegeten, waar er iets dieper kan worden ingegaan op de site. De plekken bevinden zich in zones waar het asfalt een overmaat bereikt. Aan¬gezien dit asfalt ooit pragmatisch werd aangelegd zijn dit ook plekken waar het effectief interessant is eens stil te staan. De plekken schrijven zich in het landschap als halve cirkels. Het zijn oervormen die zich zowel laten associëren met de natuur alsook met de eenvoudige, brute volumes van de bunkers. Om de benodigde hoogte voor een zitmeubel te bekomen, zonder boven het landschap te gaan uitsteken, graven de figuren zich in in de natuurlijke hellin¬gen. De vloer van de figuur is opnieuw asfalt, nieuw deze keer. De randen worden opnieuw gevormd door stalen L-vormige elementen met een zandkleurige af-werking met bovenaan een slijtlaag dat uit- of weggelijden voorkomt.

De commandobunker vormt het eerste uitkijkpunt en biedt een 360° perspectief aan van de site en weidse omgeving. Het bovenste niveau van de bunker is bereikbaar via de trap aan de zijkant, maar dat is niet zonder hindernissen. Ter hoogte van de bunker komt het pad los van de ondergrond en bereikt het met een begrijpelijke en eenvoudige vorm een dubbel doel: enerzijds biedt het mensen die de trap niet op kunnen een heel waardig alternatief en anderzijds overwint het pad alle hindernissen die de toe¬gankelijkheid van de bovenste verdiepingen bemoeilijken. Het pad toont zich als een tweetakkige, ranke steiger. De figuur lijkt te zweven boven de bunker en zo is dat ook. De steiger bezit aan haar uiteindes een boegvormige ronding, als een balkon of een echt panoramapunt. De vloerbekleding van de steiger en van de loopzone rondom de bovenste observatiehut is staal met een donkergrijze bitumineuze slijtlaag die zich associeert met het asfalt. De bovenste kamers van de bunker worden beschouwd als een luifel met windscherm in buitenklimaat en niet als een volwaardige binnen¬ruimte. De bunker wordt tactisch geconsolideerd.

Een integrale toegankelijkheid binnen de geschutskoepel van de bunker is omwille van haar architectuur niet realiseerbaar of zou verregaande ingrepen vragen. Om deze reden wordt de bestaande bunker hooguit ge¬consolideerd waar nodig. De bunker wordt opnieuw ingegraven, de historisch situatie wordt hierbij hersteld en er wordt tegelijk teruggegeven aan de flora en fauna. Het is de bezoeker vrij om de geschutskoepel te betreden, doch voor integrale toegankelijkheid wordt er een volwaardig alternatief aangebo¬den. Er wordt gekozen om een rechtlijnige helling volgens eenvoudige vormgeving, gelijkaardig aan het pad langsheen de commandopost, te leggen tot op de achtergrens van de bunker. Op het einde van de helling kraagt het pad een deel uit boven de grondmassa en komt het ook werkelijk los van het maaiveld.